Generation what? : de resultaten

Zelfportret van een generatie jongeren tussen 18 en 34 jaar

Woensdag 19 oktober 2016 — Bijna 50.000 Vlaamse jongeren hebben al meegedaan aan de online enquête, een samenwerkingsproject tussen Europese openbare omroepen. Wat zij vinden, voelen en denken werd de voorbije maanden in kaart gebracht. Belangrijk om bij dit onderzoek mee te geven, is dat de deelnemers de enquête vrij konden invullen. We spreken dus over Generation What?-jongeren en pretenderen niet een vertegenwoordiging te zijn van alle Vlaamse jongeren. Wel is geprobeerd om zoveel mogelijk sociale en culturele diversiteit aan boord te hebben. Dit zijn de meest opmerkelijke resultaten.

Onderwijs

De meerderheid van de Generation What?-deelnemers voelt of voelde zich goed in het onderwijs. 1 op 5 van de jongeren voelde zich eenzaam, ongelukkig of zelfs geminacht op school.
Meisjes en lager opgeleiden bleken het meest kwetsbaar op dit vlak.

De grote meerderheid van Generation What?-jongeren heeft vertrouwen in de school. Zij zijn ervan overtuigd dat het onderwijs hen vooruit helpt in het leven en leerkrachten het beste met hen voor hebben.

Maar: bijna 2 op 3 van de deelnemers vindt dat het onderwijssysteem niet de mensen beloont die het verdienen. 2 op 3 vindt ook dat het onderwijs hen niet goed genoeg voorbereidt op de arbeidsmarkt. Op school leerden ze niet de skills die ze nodig hebben om mee te draaien in het werkleven. Volgens de Generation What?-jongeren is er in het onderwijs op dit gebied dus best wel wat werk aan de winkel.

Werk en geld

De grote meerderheid van de Generation What?-jongeren zou niet gelukkig kunnen zijn zonder job. De meeste jongeren voelen zich gelukkig ook gewaardeerd in hun job; slechts 1 op 10 voelt zich er ongelukkig of eenzaam. 1 op 3 ervaart dat zijn/haar loon onder zijn/haar kwalificatieniveau ligt.

Drie kwart van de jongeren gelooft dat de huidige economische crisis kan worden omgekeerd. Hoewel de Generation What?-jongeren over het algemeen vrij optimistisch zijn over hun persoonlijke situatie en toekomst, is er toch enige nuance noodzakelijk. Vooral bij lager opgeleiden en financieel minder welstellenden stellen we gevoelens van onmacht en een meer pessimistische kijk op de toekomst vast.

Een meerderheid van de Generation What?-jongeren vindt dat er te veel waarde wordt gehecht aan geld in onze maatschappij en dat de kloof tussen arm en rijk alsmaar groter wordt. Bijna zeven op tien vindt in dat opzicht dat er te veel rijke mensen zijn.

Technologie en ontspanning

Meer dan de helft van de deelnemers zegt niet gelukkig te kunnen zijn zonder internet.
4 op 10 zou dan weer niet gelukkig kunnen zijn zonder een gsm. 3 op 10 kan of wil niet zonder televisie, een pak minder dan bij het internet. Voor lager opgeleiden ligt dit anders, waar bijna de helft aangeeft niet gelukkig te kunnen zijn zonder televisie.

Muziek blijkt één van de belangrijkste dingen in het leven van de Generation What?-jongeren. 9 op 10 geeft aan niet gelukkig te kunnen zijn zonder. Boeken zijn volgens onze enquête belangrijker dan tv-series of films. Meer dan de helft geeft aan niet gelukkig te kunnen zijn zonder boeken.

De toekomst

De Generation What?- jongeren geloven in de toekomst. Ze zijn positief ingesteld en gedreven. Twee derde vindt dat onze samenleving hen de kans geeft om hun capaciteiten te tonen. Vrouwen ervaren wel op zeer jonge leeftijd al het glazen plafond.

Twee indicatoren zijn enorm bepalend in het toekomstbeeld van jongeren: hun opleiding en hun financiële situatie. De meeste jongeren ervaren die als positief. Maar bij lager opgeleiden en financieel minder welstellenden zien we gevoelens van onmacht en een meer pessimistische kijk op de toekomst.

Volwassen worden, relaties en familie

Volwassen zijn heeft voor de meerderheid van de jongeren vooral te maken met verantwoordelijk in het leven staan en verantwoording kunnen afleggen voor je daden. Een overgrote meerderheid vindt dat succes in het leven vooral bepaald wordt door gelukkig zijn, minder door job, geld of familie.

Ruim 9 op 10 van de deelnemers geeft aan dat hun ouders hen steunen in hun beslissingen en trots op hen zijn. De meerderheid praat over zijn relaties met zijn ouders en is bevriend met hen op Facebook. De Generation What?-jongeren hebben duidelijk een zeer goede band met hun ouders.

De overgrote meerderheid heeft een vrij traditioneel beeld van relaties en liefde: al wat afwijkt van of een bedreiging vormt voor het ideaalbeeld van de monogame relatie wordt afgewezen: ontrouw, flirten, relaties zonder liefde,
De traditionele invulling van dit ideaalbeeld (trouwen en kinderen krijgen) is echter niet voor alle jongeren een evidentie. Scheidingen zijn inmiddels duidelijk een aanvaard fenomeen.

Vaderlandsliefde, angst en oorlog

De Generation What?-jongeren hebben het meest angst en maken zich het meest zorgen over dingen in hun onmiddellijke leefomgeving: hun job, hun huis, het verlies van dierbaren enz. Maar ook het milieu is een van de belangrijkste zorgen voor deze generatie.

Het geluk van de Generation What?-jongeren lijkt niet af te hangen van het al dan niet wonen in België en een overgrote meerderheid staat open voor een buitenlands avontuur. In dat licht is hetopmerkelijk dat toch 1 op 3 bereid is te vechten voor zijn of haar land in oorlogstijd.

Indrukwekkend: meer dan de helft gaat ermee akkoord dat de dienstplicht opnieuw moet worden ingevoerd, met de mogelijkheid om iets buiten het leger te doen (bijvoorbeeld bij humanitaire organisaties of in ziekenhuizen, bij milieuprojecten of sociaal werk). Bijna een kwart van alle Generation What?-jongeren ziet zelfs verplichte nationale legerdienst voor mannen en vrouwen zitten.

Diversiteit, tolerantie en solidariteit

De Generation What?- jongeren zijn over het algemeen heel tolerant. 4 op 5 vindt een homokoppel dat staat te kussen ok en ook jongens die naar meisjes fluiten moet voor een grote meerderheid kunnen. 3 op 4 vindt immigratie een verrijking en vindt een hoofddoek op straat of op het werk zeker kunnen. Vrouwen en jongeren uit een stedelijke omgeving zijn over het algemeen toleranter voor culturele verschillen, zo blijkt uit onze enquête.

De Vlaamse Generation What?- jongeren zoeken voor een groot deel vrienden in hun eigen biotoop. Vaak hebben Generation What?- jongeren wel vrienden met andere sociale of onderwijsachtergrond of een andere seksuele geaardheid, maar veel minder jongeren hebben vrienden met een ander geloof of een andere etnische of culturele achtergrond. 1 op 6 deelnemers heeft zelfs geen enkele vriend met een andere culturele of sociale achtergrond of andere seksuele geaardheid.

Bijna de helft van de vrouwen vindt dat er nog een genderkloof is in ons land. Zij vinden dat er nog heel wat werk aan de winkel is om mannen en vrouwen evenwaardig te behandelen. Bij de mannen is dat maar een kwart; de meerderheid van alle mannen in de enquête vindt dat het grote werk op het gebied van gelijke rechten al achter de rug is.

De helft van de jongeren is al betrokken geweest bij buurt- of gemeenschapsorganisaties. Een kwart van de deelnemers aan onze enquête geeft aan dat ze dit ook wel eens zouden willen doen. Daar is dus nog veel potentieel voor buurt- of gemeenschapswerk.

Vertrouwen in de instellingen

Wie het minst vertrouwen wekt, zijn religieuze instellingen. Daarna volgen de politiek, de vakbonden en de media. Het meeste vertrouwen hebben de jongeren in de school, de politie, humanitaire organisaties en het leger. Het gerecht ligt in het midden.

De meerderheid van de Generation What?-jongeren vindt dat sommige politici corrupt zijn en net geen 13 denkt dat ze allemaal corrupt zijn. Mannen, lager opgeleiden en werkende jongeren hebben een negatiever oordeel dan vrouwen, hoger opgeleiden en studenten.

Jongeren zijn niet tegen de politiek. Zo zou 7 op 10 niet gelukkig kunnen zijn zonder stemrecht. De kritiek die jongeren op het politieke bedrijf geven is dus een kritiek van binnenuit. De overgrote meerderheid vindt dat geld en banken de wereld regeren, maar is niet akkoord dat politici geen macht meer zouden hebben. 

 

Het Generation What?-onderzoek werd verricht door:


- Onderzoekers van het Jeugdonderzoeksplatform (JOP), een
steunpunt beleidsrelevant onderzoek van de Vlaamse overheid
en een interuniversitaire samenwerking tussen UGent, VUB en
KU Leuven.
- VRT studiedienst met duiding van Hendrik Vos (Europa), Ides
Nicaise (werk) en Lies Verhetsel en Els Van Decraen van Sensoa
(seks)


Contactpersonen


Stefaan Pleysier (KULeuven): 0486/63.00.92
(relatie met de ouders, geweld, vertrouwen in de instellingen)


Lieve Bradt (UGent): 0473/83.55.59
(onderwijs, relatie met ouders)


Jessy Siongers (VUB): 0471/96.08.69
Bram Spruyt (VUB): 0494/47.26.99
(vaderlandsliefde, angst, oorlog, politiek, diversiteit, tolerantie,
economische crisis, toekomst)


Ides Nicaise (HIVA-KULeuven): 016/32.33.37
(werk)


Lies Verhetsel (SENSOA): 03/238.68.68
(seksualiteit)


Kathy Lindekens (VRT): 0475/20.66.06
Algemeen over Generation What?


Het grote verslag met meer resultaten
en het volledige onderzoek met referenties kan u lezen op
:

http://www.vrt.be/generationwhat
http://www.generation-what.be/observatory/

Published with Prezly